Even leek het erop dat Mevrouw Turtelboom eens met positief nieuws in de krant mocht komen. De biomassacentrale in Langerlo zou er niet komen want de overnemer, German Pellets, stond op de rand van het faillissement. Enkele dagen later werd dit echter weer ontkend door de CEO, Peter Leibold.

Over de zin en onzin van biomassa zijn al veel rapporten en boeken geschreven. Tegenstanders zeggen dat het een dure technologie is en dat het verbanden van hout uit Noord-Amerika niet duurzaam is. Voorstanders zeggen dat het een interessante manier is om de energiemix te diversifiëren en dat België zo zijn aandeel van hernieuwbare energie kan opkrikken. De waarheid ligt, zoals meestal, ergens in het midden. Toen het duurzame energiebeleid werd uitgetekend leek biomassa een veelbelovende technologie. Er is echter heel wat veranderd in de voorbije jaren. Elektriciteitsprijzen op de internationale groothandelsmarkten zijn historisch laag en de kerncentrales zijn terug allemaal operationeel. De business case voor biomassa ziet er momenteel dus niet zo goed uit. Het verschil tussen de kostprijs voor biomassa-energie en de elektriciteitsprijs zal waarschijnlijk pas afnemen als de kerncentrales gesloten worden in de periode 2023-2025, en zelfs dat is geen zekerheid.

Aangezien de overheid het risico van de investeringen in biomassa voor een groot deel op zich neemt zal de ‘brave huisvader/moeder’ de rekening op één of andere manier betalen, waarschijnlijk via een hogere elektriciteitsrekening. Jammer genoeg zijn er in het verleden allerlei beloften gemaakt waarop men niet zomaar kan terugkomen. Voorlopig zullen we dus de ‘Turteltaks’ met enige tegenzin moeten betalen. Het aandeel van biomassa-kosten in die heffing is trouwens niet te verwaarlozen, uw buurman met zijn zonnepanelen is niet de enige die geïnvesteerd heeft in hernieuwbare energie. We moeten hopen dat het energiebeleid in de toekomst zich meer zal toespitsen op technologieën die niet alleen ecologisch, maar ook economisch duurzaam zijn.